HeldenHuppel

Zodra ik mijn helm vastklikte en ik haar natte neus in mijn hand voelde, wisten we het: we gingen weer samen op pad. Mijn Easy en ik. Week na week trokken we het land door om haar en mij te trainen in reddingswerk. De ene keer liepen we over open vlaktes waar de wind vrij spel had, de andere keer zochten we in dichtbegroeid bos of liepen we behoedzaam over instabiele puinbergen waar elke stap kraakte en de lucht naar stof en spanning rook. En weer een andere keer zaten we op een boot waarbij zij het wateroppervlak afspeurde op zoek naar de geur van een mogelijk verdronkene.

Moed in actie
In mijn enthousiasme voor dit werk, liet ik me met haar in een abseiltuigje van torens zakken, oefenden we tussen echte commando’s in Polen en vlogen we zelfs mee in militaire helikopters. Wat een oorverdovend spektakel was dat: die herrie, die wind die zo hard langs je gezicht sloeg dat je ogen traanden. En zij naast me. Zij die eigenlijk helemaal niet zo dapper geboren was.

Easy was allesbehalve onverschrokken. Ze deed niks met twee vingers in haar neus. Soms stokte ze even. Zette ze een pas terug, keek dan omhoog en zocht mijn ogen: Moet ik dit echt doen? En iedere keer weer fluisterde ik haar moed in. Je kunt dit. Ik ben bij je. We doen dit samen.
En dan deed ze het. Voor mij en voor de mensheid.

Of het nu ging om het lokaliseren van een ‘parachutist’ die tien meter hoog in een boom hing, een ‘slachtoffer’ dat roerloos onder het puin lag of iemand die misschien in koud, zwart water was verdronken: ze sprong erin. Haar lijf trilde soms van spanning, maar haar hart deed altijd mee. Wat was ik trots op deze hond.

De stad en de schrikreacties
En wanneer we niet trainden, liep ze gewoon los naast me in de stad. Geen riem nodig. Ze voelde altijd precies waar ik was, alsof er een dun, onzichtbaar draadje van haar hart naar het mijne liep.

Maar toch gebeurde het regelmatig dat ik mensen zag schrikken als ze haar zagen.
Pas op! Een Duitse herder!
Soms maakten ze een grote boog om ons heen, alsof we plotseling een bedreiging vormden. Andere keren trokken ouders hun kinderen in een reflex naar zich toe.

En iedere keer voelde ik dat het niet alleen míj raakte, maar haar misschien nog wel meer. Ik zag het aan haar hele houding. Haar oren zakten dan iets naar achteren, haar ogen zochten de mijne. Ze begreep het niet. Hoe konden mensen bang zijn voor haar?

Het deed mij pijn om haar reactie dan te zien. Dus besloot ik hier iets aan te doen. Niet alleen voor haar, maar ook voor mijzelf. Want ook ik had last van die blikken, die reflexen, dat snelle oordeel dat nergens op gebaseerd was. Dat verdiende deze ultralieverd niet.

Dus kocht ik een rugzakje voor haar dat ze zelf zou gaan dragen.

Op de markt vulde ik dat rugzakje dan met alles wat maar vrolijk uitstak:
een bos wortelen, wat peterselie, een bosje onnozele bloemen die wel tegen een stootje konden. En onderin stopte ik wat appels, zodat de boel nog een beetje in evenwicht bleef.

En ja hoor, het werkte. Zodra we samen met dat rugzakje over straat liepen, gebeurde het. Mensen die eerst een stap opzij hadden gedaan, smolten. Hun gezichten ontspanden, hun schouders zakten: “Oh, kijk nou wat een leuke hond! Ze doet boodschappen!”

En van deze reacties begon ik dan weer te stralen en Easy te huppelen. Haar staart zwiepte vrolijk heen en weer, haar ogen glansden. De positieve reacties van de mensen op haar deed ons samen voelbaar goed.

Kijk nog eens beter
Dus misschien is het goed hier eens bij stil te staan.
Volgende keer dat je een vermeend ‘gevaarlijk ras’ tegenkomt, bedenk dan dat deze hond misschien al zijn hele leven de last draagt van zijn uiterlijk.

En ja, het vergt moed om je eerste impuls, je angst, in de ogen te kijken.
Maar als Easy dat kon, telkens weer, dan kun jij dat misschien ook.

Misschien brengt het je zelfs een onvervalste Easy-huppel.
En wie weet wat er dan nog meer volgt … hoe licht voel je je dan?